Inglés [verb]Neerlandés [verb]
bind [verb] |
inbinden [verb] |
|
binden [verb] Bind het pakket alsjeblieft vast met een touwtje. Bind alsjeblieft het pakket met een touwtje vast. |
||
bind [verb] |
verbinden [verb] |
|
bind [verb] |
koppelen [verb] |