Inglese [noun]Olandese [noun] ▶fright [noun] The loud noise gave me a fright. ▶schrik [noun] Het harde geluid gaf me een schrik. ▶fright [noun] She tried to hide her fright.He felt deep angst before the exam. ▶angst [noun] Ze probeerde haar angst te verbergen.Voor het examen voelde hij diepe angst. ▶fright [noun] ▶ontsteltenis [noun]