dict:app
Woorden tellen ...
dict:app

Zum Home-Bildschirm

So installierst du dict:app auf iOS:

  1. In Safari das Teilen-Symbol antippen.
  2. Zum Home-Bildschirm auswählen.
  3. Hinzufügen bestätigen.

Aktuell nicht möglich

Möchtest du eine Vokabelgruppe anlegen, um solche Wörter zu speichern?

Engels [noun]Nederlands [noun]
stroke [noun]
haal [noun]
stroke [noun]
She survived a stroke.
He had a stroke last year.
beroerte [noun]
Zij heeft een beroerte overleefd.
Hij had vorig jaar een beroerte.
stroke [noun]
streepje [noun]
stroke [noun]
aai [noun]
stroke [noun]
streling [noun]
stroke [noun]
liefkozing [noun]
stroke [noun]
aaistoot [noun]
stroke [noun]
Make one short stroke with the marker.
streek [noun]
Maak één korte streek met de marker.
stroke [noun]
slag [noun]
stroke [noun]
He got a hard stroke on the head.
He took a hard stroke to the head.
klap [noun]
Hij kreeg een harde klap op het hoofd.
stroke [noun]
aaien [noun]
stroke [noun]
klokslag [noun]
Engels [verb] Nederlands [verb]
stroke [verb]
liefkozen [verb]
stroke [verb]
aaien [verb]
stroke [verb]
strelen [verb]
stroke [verb]
strijken [verb]
stroke [verb]
slaan [verb]
stroke [verb]
raken [verb]
stroke [verb]
treffen [verb]
stroke [verb]
staken [verb]
stroke [verb]
schijnen [verb]
stroke [verb]
wissen [verb]
stroke [verb]
uitwissen [verb]
stroke [verb]
doorstrepen [verb]
stroke [verb]
schrappen [verb]
stroke [verb]
opvallen [verb]
stroke [verb]
aanslaan [verb]
stroke [verb]