Dutch [verb]English [verb]
samenvatten [verb] Aan het einde vat ik de belangrijkste punten samen. Laat me samenvatten wat we hebben afgesproken. |
recapitulate [verb] At the end, I will recapitulate the key points. Let me recapitulate what we agreed on. |
|
samenvatten [verb] |
compress [verb] |
|
samenvatten [verb] |
epitomize [verb] |
|
samenvatten [verb] |
abstract [verb] |
|
samenvatten [verb] |
wrap up [verb] |