Dutch [verb]German [verb] ▶drinken [verb] Hij begon na de toast stilletjes te drinken. ▶trinken [verb] Er begann nach dem Toast leise zu trinken. Dutch [noun] German [noun] ▶drinken [noun] Ik ben gestopt met elke dag frisdrank drinken. ▶trinken [noun] Ich habe aufgehört, jeden Tag Soda zu trinken.