Polish [noun]Dutch [noun]
schip [noun] Het schip vertrok bij zonsopgang uit de haven. Het schip arriveerde vroeg in de ochtend in de haven. |
||
statek [noun] |
boot [noun] |
schip [noun] Het schip vertrok bij zonsopgang uit de haven. Het schip arriveerde vroeg in de ochtend in de haven. |
||
statek [noun] |
boot [noun] |