Dutch [noun]German [noun] ▶lot [noun] Haar lot leek van de ene op de andere dag te veranderen. ▶das Schicksal [noun] Ihr Schicksal schien sich über Nacht zu ändern. ▶lot [noun] Het lot van de stad was onzeker. ▶das Geschick [noun] Das Geschick der Stadt war ungewiss. ▶lot [noun] ▶das Los [noun] ▶lot [noun] Het was een gelukkig lot. ▶die Fügung [noun] Es war eine glückliche Fügung. ▶lot [noun] ▶Auktionslos [noun] ▶lot [noun] Hij geloofde in het lot. ▶das Fatum [noun] Er glaubte an das Fatum.