Dutch [verb]German [verb] ▶programmeren [verb] ▶etw. programmieren [verb] ▶programmeren [verb] Ik moet de nieuwe functie programmeren. ▶einprogrammieren [verb] Ich muss die neue Funktion einprogrammieren. Dutch [noun] German [noun] ▶programmeren [noun] Ik ben begonnen met programmeren tijdens mijn eerste semester. ▶die Programmierung [noun] Ich habe mit der Programmierung im ersten Semester begonnen.