Dutch [verb]Polish [verb] ▶weven [verb] Hij probeerde een leugen te weven om zichzelf te beschermen. ▶tkać [verb] Próbował utkać kłamstwo, żeby się ochronić. Dutch [noun] Polish [noun] ▶weven [noun] We leerden weven van een oude maker van weefgetouwen. ▶tkactwo [noun] Nauczyliśmy się tkactwa od starego wytwórcy krosien.