English [noun]Dutch [noun] ▶granny [noun] My granny makes the best apple pie. ▶oma [noun] Mijn oma maakt de lekkerste appeltaart. ▶granny [noun] Granny is telling stories from her childhood. ▶bomma [noun] Mijn bomma vertelt verhalen uit haar jeugd. ▶granny [noun] ▶grootje [noun] ▶granny [noun] We visit my granny every Sunday. ▶opoe [noun] We bezoeken mijn opoe elke zondag. ▶granny [noun] My granny makes the best apple pie. ▶besje [noun] Mijn besje maakt de lekkerste appeltaart.