French [verb]Dutch [verb] ▶briller [verb] Ses yeux brillent d’enthousiasme. ▶stralen [verb] Haar ogen stralen van opwinding. ▶rayonner [verb] La lampe va rayonner de la lumière dans la pièce. ▶stralen [verb] De lamp zal licht de kamer in stralen. ▶resplendir [verb] ▶stralen [verb]