German [adj]Dutch [adj] ▶gewohnt [adj] Ich bin es gewohnt, früh aufzustehen. ▶gewend [adj] Ik ben gewend om vroeg op te staan. ▶gewohnt [adj] Er ist gewohnt zu klagen, sogar über kleine Verzögerungen. ▶gewoon [adj] Hij heeft de gewoonte om te klagen, zelfs over kleine vertragingen. ▶gewohnt [adj] ▶normaal [adj]