German [verb]Dutch [verb] ▶sinken [verb] Das Boot begann am Abend zu sinken. ▶zinken [verb] De boot begon ’s avonds te zinken. ▶sinken [verb] Der Umsatz wird im nächsten Quartal sinken. ▶dalen [verb] De verkopen zullen dalen in het volgende kwartaal. ▶sinken [verb] ▶zakken [verb]